Democratie onder vuur
Democratie onder vuur
Op zoek naar oorzaken en oplossingen.
In de periode van 1970 – 2000 nam het aantal democratisch
bestuurde landen wereldwijd toe van 35 naar 120. Tegelijkertijd was er sprake
van globalisering, groeiende internationale handel en toenemende investeringen.
Armoede werd in steeds meer landen teruggedrongen en er gingen meer kinderen
naar school. Maar niet iedereen profiteerde van deze wereldorde: er ontstonden ontwrichtende
sociale veranderingen, toenemende migratie naar rijke landen, een deel van de productie
verplaatste zich naar lage lonen landen, laag geschoolde arbeiders werden vervangen
door machines. Dan ontstaat er in 2008 in de VS een financiële crisis die
uitmondt in een wereldwijde economische crisis, met als gevolg werkloosheid op
grote schaal. De Europese Unie kwam mede daardoor in zwaar weer terecht, wat
vooral zichtbaar werd door de eurocrisis
vanwege de situatie in Griekenland. Door al deze factoren werd de reputatie van
de liberale democratie (vooral in de VS en de EU) geschaad. Daarna ontstond er een
wereldwijde democratische recessie: Rusland, Turkije, Hongarije, Polen, Brexit
en de verkiezing van Trump als president van de Verenigde Staten. Door de Arabische
Lente werden dictaturen ontwricht, maar in de betrokken landen ontstond geen
democratie: Egypte, Libië, Jemen, Irak. In Syrië mondden protesten tegen Assad
uit in een verschrikkelijke burgeroorlog.
Voor het optreden en de stellingname van Donald Trump, van de PVV, van de
partij van Marine Le Pen in Frankrijk, en van de AFD in Duitsland, wordt vaak
de term populisme gebruikt. Ook Forum voor Democratie, onder leiding van
Thierry Baudet, schaart men dan onder deze term.Wat bedoelt men met die kwalificatie? En in hoeverre schuilt er een gevaar voor de liberale, parlementair democratie en de rechtsstaat in de toenemende invloed van deze politieke stroming? Het enorme succes van Forum voor Democratie bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten en indirect voor de Eerste Kamer, in maart van dit jaar verontrustte mij in dit verband in grote mate.
In dit artikel wil ik in de eerste plaats aandacht schenken aan de stroming nieuw-rechts zoals de Belgische cultuurwetenschapper Ico Maly die noemt en die door anderen wordt aangeduid als rechts-populisme. Wat zijn de belangrijkste ideeën en uiterlijke verschijningsvormen van deze politieke ‘stroming’? In artikelen die later zullen verschijnen zal ik aandacht besteden aan wat de mogelijke verklaringen kunnen zijn voor het succes van deze populistische partijen, in hoeverre het populisme een bedreiging vormt voor de liberale/parlementaire democratie en de rechtsstaat en tot slot wat de gevestigde politieke partijen, in het bijzonder in Nederland, zouden kunnen doen om hun eigen aantrekkingskracht voor de kiezer die nu op een populistische partij stemt, te vergroten.
Dit artikel is vooral gebaseerd op een aantal, meest recente, publicaties over het populisme. Ik pretendeer niet het resultaat van eigen wetenschappelijk onderzoek aan u voor te leggen, maar wel een zoektocht van een verontruste burger.
Met de titel ‘Sluipend holt nieuw-rechts de democratie uit’
verscheen in mei van afgelopen jaar in de bijlage Letter en Geest van dagblad
Trouw een interview met de cultuurwetenschapper Ico Maly. Centraal in dit
artikel staat de inhoud van zijn boek “Nieuw- rechts”. Naar aanleiding van dit
interview probeer ik een aantal kenmerken van nieuw-rechts en van (rechts)populisme
onder de aandacht te brengen.
Herkomst van de term nieuw-rechts
Na de Tweede Wereldoorlog is volgens
Maly het dominante verhaal in Europa: “nooit meer oorlog, nooit meer fascisme.
Iedereen schaart zich achter de waarden van de Verlichting zoals vrijheid, gelijkheid
en mensenrechten. Nationalistisch rechts hangt in de touwen, feminisme en
antiracisme zijn het nieuwe normaal, niemand waagt het de Holocaust te
ontkennen. Links krijgt – zeker in de ogen van rechts – de almacht. En juist in
1968, midden in de revolte in ondermeer Parijs, richt in Frankrijk een aantal
denkers zoals Alain de Benoist een beweging op die later bekend komt te staan
als La Nouvelle Droite. Vandaar de naam van het boek, nieuw-rechts. Deze
denkers hebben het succes van links bestudeerd en willen dat gebruiken voor een
heel andere, rechtse, nationalistische agenda. Ze leerden dat Mussolini aan de
macht kwam doordat zijn gedachtegoed al ver daarvoor opkwam en genormaliseerd
werd onder het volk. Ze moderniseren vooroorlogse denkers die de ondergang van
de Europese beschaving voorzagen. En ze nemen de tijd, ze gaan niet voor snel
electoraal succes” .
De aanhangers van de ideeën van
nieuw-rechts in de huidige tijd vullen alle belangrijke termen van de
Verlichting, zoals vrijheid en democratie, opnieuw en anders in. Thierry Baudet
de fractieleider van Forum voor Democratie in de Tweede Kamer en Paul Cliteur,
rechtsfilosoof en fractieleider voor deze partij in de Eerste Kamer, proberen
dat ook: het oude conservatisme verzoenen met de Verlichting. Maar in hun
benadering gaat de universele dimensie waarin nadruk wordt gelegd op
gelijkheid, op de mensenrechten voor iedereen, verloren omdat nieuw-rechts deze
ideeën juist gevaarlijk vindt. Zij geven een andere betekenis aan het begrip
democratie: geen representatieve democratie met het doel om mensenrechten voor
ieder mens te realiseren en te beschermen,
maar beschouwen democratie als het samen door één deur gaan, als eenheid. Het
volk en hun bestuurders vormen daarbij één geheel. Er moet één stem zijn. En de
leider verkondigt die stem van het volk. Baudet is niet tegen een elite, hij
verwerpt gelijkheid en is voor hiërarchie. Hij is tegen de fóute elite, het
‘partijkartel’. Daartoe rekent hij vooral de partijen die de laatste jaren in
de regering zaten en volgens hem onderling de baantjes verdelen. Ico Maly: “De
goede elite echter spreekt in de naam van het volk, dat naar grootsheid
gebracht moet worden. Het volk kan dromen en voelen, geeft handen aan het
organisme, de elite is het hoofd. Hierin passen de lichaamsmetaforen die
nieuwrechtse politici graag gebruiken. Ja, ook de homeopatische verdunning van
Baudet, of ‘de natie als weefsel dat kapot wordt gemaakt’. Hun boodschap is dat
de neergang is ingezet, maar het is nog niet te laat voor een renaissance, een
wedergeboorte, als de strijd maar wordt aangegaan”. De waarheid en het volk
zijn voor een populist inwisselbare grootheden. “Ik zeg wat het volk denkt, dus
ik heb per definitie gelijk”. Daarbij past de houding die president Trump ook
regelmatig aanneemt: wie met mij is, noem ik elite, wie niet vindt wat ik vind
is geen goede Amerikaan, Nederlander enz.
Om een goed beeld te krijgen van het
denken van nieuw-rechts en van Thierry Baudet in het bijzonder, maak ik gebruik
van een artikel van Dick Pels “Thierry Baudet: ik heb gelijk. Dus anderen
hebben ongelijk en zo is dat”. Baudet heeft ooit gezegd: “Als ik mezelf
terugzie, denk ik heel vaak: mijn God wat is dit goed. Bescheidenheid is een
walgelijke eigenschap. Zijn meningen niet gewoon feiten? Volgens Baudet weet de
hele politiek klasse niet waar ze het over heeft. Bijvoorbeeld als het gaat
over de Europese Unie: “Ik zie de EU als een bezettingsmacht, dus zeg ik dat.
Het is geen spel, hé, Ik heb gelijk. Dus anderen hebben ongelijk. Ze moeten
daar alleen nog achter komen. Het grootste deel van de politici is ontzettend
stom”.
Zoals we al eerder hebben gezien
geven de aanhangers van nieuw-rechts een andere invulling van het begrip
democratie dan het gewone rechts van enkele decennia geleden, maar er is nog een
belangrijk verschil . Het streven naar een liberale internationale orde met
vrijhandelen open grenzen bepaalde lang de rechtse politieke agenda, Maar nieuw-rechts
kiest voor economisch protectionisme en nationalisme. Maly: “Ze dromen hardop
over een wereld van soevereine en homogene naties waar het belang van de groep
belangrijker wordt geacht dan de rechten van het individu. Ze geloven niet
alleen dat de huidige wereld in een diepe culturele crisis zit, maar ook dat er
een nieuwe gouden tijd aanbreekt, een periode van hergeboorte. Een renaissance
dus. Een hoopgevend signaal van een succesvolle opstand tegen links, dat in de
ogen van Trump en consorte immigranten voortrekt, de belangen van het eigen
land ondergeschikt maakt aan die van het buitenland, etnische en seksuele
minderheden gelijkstelt met de meerderheid en het lot van toekomstige
generaties zwaarder laat wegen dan het welbevinden van mensen die nu leven.
Een ander kenmerk van nieuw rechts
is volgens Maly dat het ongelijkheid ziet als een voorwaarde voor een vitale
natie. Ongelijkheid is natuurlijk, gelijkheid een ideologie, menen zij. De
strijd tegen gelijkheid is een strijd tegen de gelijkheid van man en vrouw,
tegen de gelijkheid van culturen en rassen en tegen de sociale gelijkheid. Dat
betekent dat men niets moeten hebben van de gedachte dat iedereen recht heeft
op gelijke mate van vrijheid.
Maar wat is dan volgens Maly nog het
verschil van nieuw-rechts met extreem-rechts? “Als een partij het idee van ras
centraal stelt of dweept met geweld; gebruik maakt van onder andere
stoottroepen of een militaire tak van de partij. Maar overeenkomsten zijn er
ook: ideeën over een organische natie en aanvallen op gelijkheid, liberalisme,
communisme en socialisme. Forum voor Democratie
zou volgens deze omschrijving eerder bij nieuw-rechts dan extreem-rechts
gerekend moeten worden, maar door het gebruik van bepaalde termen als ‘boreaal’
kunnen zeer extremistische groepringen als Erkenbrand denken: dit is onze man.
Baudet speelt met het applaus dat hij van deze mensen krijgt.
Populisme
Eerder
heb ik aangegeven dat ik aandacht wil schenken aan kenmerken van nieuw-rechts
en van rechts-populisme. In veel media- uitingen wordt het woord populisme voor
allerlei ideeën en politieke uitingen gebruikt, zonder dat duidelijk wordt wat
er met deze term wordt bedoeld.
De politicoloog
Anton Jáger probeert in zijn boek ‘Kleine anti-geschiedenis van het populisme;
een reis naar de bron van het populisme’ enige klaarheid te verschaffen in deze
begripsvervuiling. In de boekbespreking van Jaap Tielbeke in de Groene
Amsterdammer van 9 mei 2018 wordt het zo verwoord: “Jäger schreef niet
zomaar een braaf historisch overzicht. Met zijn ‘anti-geschiedenis’ wil hij ‘de
hedendaagse betekenis van de term niet alleen verklaren, maar ook ter discussie
stellen’. Tegenwoordig wordt er namelijk wel erg scheutig gestrooid met de
term. Hysterisch, haast. Ook gemakzuchtige journalisten krijgen een veeg uit de
pan: net als veel ‘gematigde’ politici gebruiken ze het woord maar al te vaak
om onwelgevallige geluiden te diskwalificeren. Hitst een politicus het volk op
met valse beloften? Populist! Zaait hij haat tegen vluchtelingen? Populist!
Gaat hij tekeer tegen een corrupte elite? Je reinste populisme! Terwijl het juister
zou zijn om deze gevallen te beschrijven als, respectievelijk: demagogie, xenofobie,
en retoriek. Dat het begrip aan inflatie onderhevig is, betekent natuurlijk
niet dat het een lege huls is. Populisme is in dat opzicht een beetje als
porno: iedereen herkent het, ook al heeft niemand een waterdichte definitie.
Zelfs de meest gerenommeerde politicologen kunnen er geen consensus over
bereiken. Voor de één is Trump het schoolvoorbeeld van een populist, voor de
ander is hij eerder een ongeleid projectiel met autocratische en narcistische trekjes.
Altijd zijn populisten de uitdagers die op weerstand kunnen rekenen van de
gevestigde orde, maar of het populisme inherent is aan de democratie, of toch
vooral een bedreiging ervan, daarover lopen de meningen uiteen”.
De Amerikaanse politicoloog Benjamin
Moffitt vergelijkt de populist met een ‘onbehagelijke gast bij het diner’, die
met zijn lompe gedrag het tafelgezelschap bruuskeert, maar door zijn lak aan
manieren tegelijkertijd ongemakkelijke waarheden aankaart. Een confronterende
lastpak, dus. Maar wat als die gast de boel begint te slopen als hij een
borreltje te veel op heeft? Leuk en aardig dat populisten vingers op de zere
plekken leggen – zodra ze de macht grijpen, kunnen ze uit naam van de
democratie de democratie de nek omdraaien. Kijk naar Urban in Hongarije, Chavez
in Venezuela, Erdogan in Turkije, Kaczyński de
leider van Recht en Rechtvaardigheid in Polen, en de
pogingen daartoe door Johnson in het Verenigd Koninkrijk, Trump in de Verenigde
Staten, Bosonaro in Brazilië enz.
Jäger maakt
vooral duidelijk dat het woord populisme in Europa een heel andere gevoelswaarde
heeft dan in de Verenigde Staten van Amerika. De toenmalige voorzitter van de
Europese Raad, Herman van Rompuy, noemde in 2010 populisme het grootste gevaar
voor Europa. De Belgische politicus Guy Verhofstadt, die zich zoals gewoonlijk
wat minder diplomatiek uitte, noemde populisme moorddadig en het kondigt
etnische zuiveringen aan, ons terugslepend naar de donkerste dagen van de
geschiedenis. In de VS herkent men de
definitie van Verhofstadt niet. “Wat bedoelen jullie toch met het woord
populisme”vroeg Obama zich geïrriteerd af. Hij zei: “Ik weiger akkoord te gaan
met de stelling dat de retoriek waarvan de heer Trump zich tijdens deze
verkiezingscampagne bedient ‘populistisch’ is. Dat ik in 2008 voor het
presidentschap ging, en opnieuw in 2012, was omdat ik om mensen geef…. Iemand
die nooit iets om arbeiders heeft gegeven en die plots iets controversieels
zegt, of gewoon stemmen wint, wordt daarmee nog geen ‘populist’. Dat is niet de
maatstaf voor populisme, Dat is louter xenofobie of, erger, puur cynisme. Laten
we iets voorzichtiger omgaan met het gebruik van het woord populisme en laten
we het niet plakken op eenieder die in tijden van economische onzekerheid
opstaat”.
Volgens Cas Mudde, politicoloog en
populismespecialist, kent het populisme
drie specifieke fases:
1. Het agrarisch
populisme van eind negentiende en begin twintigste eeuw in de Verenigde Staten
en Rusland,
Als politiek begrip is het “Populisme’(nu nog
met een hoofdletter, later met een kleine letter) ontstaan in 1892 toen de
Amerikaanse People’s Party(Volkspartij)
werd opgericht. Binnen de Amerikaanse geschiedenis was deze partij een
formidabele kracht: in het Zuiden van de VS bevocht ze het racisme, in het
Noorden de opkomende kapitalistische orde. Als beweging bestond ze uit een
coalitie van (blanke en zwarte) kleine boeren en fabrieksarbeiders. In Amerika
staat het woord daarmee voor radicaal andere zaken dan in Europa. Het roept
beelden op van het ontstaan van de Verenigde Staten, van radicale boeren en
strijdende arbeiders. Voor Obama was de term dus allerminst negatief; bij
populisme dacht hij aan radicale politiek en ontvoogding – geen obsessie met
leiders, identiteit, of culturele eigenschappen.
De opkomst van de
Amerikaanse People’s Party liep parallel aan de opkomst van de Russische
beweging Narodniki, hetgeen vrij vertaald ‘populisme’ betekent. Deze beweging uit
de tweede helft van de 19e eeuw bestond uit een kleine groep intellectuelen
uit de midden-klasse, die stelde dat de boerenstand de meest pure en moreel
gezonde klasse van de samenleving was en dat daarom de samenleving gebaseerd
moest zijn op een agrarische economie. Net als de populistische partij in de VS
kwam deze partij op voor de agrarische samenleving en werd er gebruik gemaakt
van een ‘het volk tegen de elite’- retoriek. De opkomst van deze groep
intellectuelen inspireerde de geboorte van vele andere agrarische populistische
bewegingen in Oost-Europese landen.
2. Het
Zuid-Amerikaanse sociaaleconomische (links)populisme van halverwege de
twintigste eeuw.
Na de economische crisisjaren in de jaren dertig begonnen in
veel Zuid-Amerikaanse landen de massa’s zich te mengen in de nationale
politieke arena. Populistische leiders wisten grote groepen mensen uit de
samenleving te mobiliseren in hun strijd tegen de politieke elite. Daar waar
het agrarische populisme uit Rusland en de VS zich voornamelijk had gericht op
de boerensamenleving, kenmerkte het Zuid-Amerikaanse populisme zich door het
feit dat het geen nadruk legde op specifieke sociale klassen, maar juist steun
kreeg vanuit meerdere lagen van de bevolking. Verder karakteriseerde het zich
door een sterke en charismatische leider vanuit de hogere middenklasse, waarvan
de meest bekende en populaire Juan Perón was, die onder de Argentijnse
bevolking middels zijn populistische strategieën een brede steun wist te
verwerven. Perón kan worden gezien als
de grondlegger van het populisme op het Zuid-Amerikaanse continent en zijn gedachtegoed
speelt er tegenwoordig nog altijd een belangrijke rol. De Zuid-Amerikaanse
populistische partijen wisten vaak de steun van de massa’s achter zich te
krijgen door hun felle nationalistische retoriek. Deze vormde zich door anti-imperialistische
en anti-VS-sentimenten. De populisten hingen een ideologie aan waarin de staat
centraal stond en moest zorgen voor een beschermde economie. De populistische
bewegingen streefden een verenigd volk na, waarin spanningen tussen de
verschillende klassen zouden verdwijnen als gevolg van een verhoogd
nationalisme, gericht tegen de imperialistische buitenstaanders.
Daarnaast speelde in Zuid-Amerika en in Zuid-Europese landen
vooral het links-populisme een rol. De economische crises van de jaren negentig
van de twintigste eeuw brachten werkloosheid en armoede met zich mee en de
Zuid-Amerikaanse bevolkingen zagen in dat dit niet opgelost kon worden middels
neoliberale beleidsvoering. De onvrede onder het volk leidde tot politieke
revoluties, waarin in alle landen de linkse idealen de voorkeur kregen boven
elk ander ideaal. In Venezuela werd deze revolutie actief gevoerd door Hugo
Chávez, die de mensen bijeenbracht om samen te strijden tegen de politieke
hegemonie. In Bolivia en Argentinië werd de revolutie door het volk zelf
gestart, en namen respectievelijk Morales en Kirchner de taak op zich om het
volk verder te verenigen en te vormen. Binnen zowel het radicale beleid van
Chávez en Morales, als het meer gematigde beleid van de Kirchners speelde
nationalisme een grote rol. Nationale helden werden door Chávez en Morales
voortdurend aangehaald om de kracht van het eigen volk te benadrukken. Om
eenheid binnen het volk te creëren werden verschillende vijanden gecreëerd, die
door de leiders als bedreiging van de staat werden neergezet. Dit konden de
imperialistische overheersers zijn, de oud-dictatoriale regimes of de
neoliberale elites. Het links-populisme van deze regimes uit Zuid-Amerika lijkt
als voorbeeld te hebben gediend voor de creatie van partijen als Syriza in Griekenland en Podemos in Spanje.
Ik wil aan de hand van de omschrijvingen van
twee politicologen een poging doen om aan te geven van welke karakterisering van
het populisme ik in het vervolg uit wil gaan.
Jan-Werner Müller, hoogleraar Politieke Wetenschappen aan Princeton
University, geeft in zijn boek What is
Populism?, de volgende omschrijving:
“Populisme drijft op een kunstmatig onderscheid tussen het
volk en de elite en gaat altijd gepaard met antipluralisme. Dat wil zeggen:
populisten eisen het morele monopolie op om als enige de vertegenwoordigers te
zijn van ‘het volk’, ook wel ‘de zwijgende meerderheid’ genoemd. Tegelijkertijd
doen ze er alles aan om hun tegenstanders te de-legitimeren. President Donald
Trump zei tijdens zijn inauguratietoespraak: ‘De macht is vandaag teruggegeven
aan het volk’. Kortom: als hij regeert, regeert het volk. Dit vormt de kern van
het populisme. Tijdens zijn campagne zette Trump zijn concurrente Hillary
Clinton weg als een vijand van het volk. Hij betoogde zelfs dat ze de
gevangenis in moest.”
En de politicoloog Cas Mudde zegt het zo:
"Ik definieer het als
een 'dunne' ideologie, die de samenleving verdeelt in twee groepen die
tegenover elkaar staan. Het pure volk aan de ene kant en de corrupte elite aan
de andere kant. Zij willen dat de politiek de algemene wil van het volk volgt. Het
primaire onderscheid is dus moreel. Een 'dunne' ideologie betekent dat het zich
maar over enkele essentiële zaken uitspreekt. In de praktijk verbinden
populistische partijen het populisme met andere ideologieën. Bij rechts is dat
vaak het nationalisme, bij links is dat vaak het socialisme. Op basis van het
populisme alleen weet je nog maar weinig over het economische of politieke
systeem dat ze willen hebben."
Uitgaande van de omschrijving
van Cas Mudde wil ik proberen een omschrijving te geven van het gedachtegoed en
de politieke uitingsvormen van het rechts-populisme.
Als je er vanuit gaat dat de
samenleving bestaat uit twee tegenover elkaar staande groeperingen: het pure,
eigen, autochtone volk aan de ene kant en de corrupte politieke, economische,
wetenschappelijke elite inclusief de media en de rechterlijke macht, aan de
andere kant, dan vloeien daar mijns inziens enkele karakteristieken van rechts-populisme uit voort.
1.
Nationalisme, een
land met een eigen dominante cultuur, waaraan ‘allochtonen’ zich moeten
aanpassen; trots zijn op de helden uit de eigen geschiedenis (geen ruimte voor
kwalijke bladzijden uit de nationale geschiedenis); agressieve houding
tegenover burgers of groeperingen die andere opvattingen hebben zoals: moslims,
mensen met linkse opvattingen, de Europese Unie enz.
2.
De politiek moet de wil van het volk volgen, dit kan het beste door gebruik te maken van vormen van
directe democratie zoals referenda; dit gebeurt in de redenering van de
populist niet of te weinig in een parlementaire democratie waar het
‘partijkartel’ van de partijen al decennia lang de dienst uitmaakt
(nepparlement, omdat het niet de wil van het volk uitvoert!)
3.
De leider van de populistische beweging, weet wat het volk wil en gebruikt de legitimiteit van de
democratische verkiezingen om zijn macht te consolideren en zo mogelijk uit te
breiden: Erdogan in Turkije, Trump in de VS, Urban in Hongarije, Johnson en Farage
in Groot-Brittannië, Bolsonaro in Brazilië, Wilders en Baudet (als ze de kans
krijgen?) in Nederland
4.
Onorthodoxe middelen zijn toegestaan om dit heilige doel
(uitvoeren de wil van het volk) te bereiken.
Creatief
omgaan met de waarheid:
Alternatieve feiten presenteren (gewoon
leugens), anderen beschuldigen van fake news (ook al is er bewijs voor het
tegendeel). Baudet: “Ik zeg wat het volk
denkt, dus ik heb per definitie gelijk” . Volgens universitair hoofddocent
Jan-Willem van Prooijen in een vraaggesprek in het dagblad Trouw (5-10-19) is er een politieke ontwikkeling die meer complotdenken in
de politiek heeft gebracht: de opkomst
van het populisme. “Populisme en geloof in samenzweringen gaan hand in hand.
Het is een beetje dezelfde denkstijl: de populistische visie op de maatschappij
is dat er een voortdurende strijd is tussen een corrupte elite en het volk. Als
je de wereld zo ziet, is het nog maar een kleine stap om te denken dat de elite
ook bezig is om je erin te luizen. Bovendien impliceert het dat je de wereld
vrij zwart-wit ziet, in termen van goede en slechte groepen.” Als voorbeelden
van complottheorieën die vooral in de VS circuleren noemt hij:“Klimaatverandering
is bedrog, bedacht door de Chinezen”. Dat de farmaceutische industrie het
bewijs achterhoudt en dat vaccins autisme veroorzaken. Dat Barack Obama werd
geboren in Kenia..”.
Grof
taalgebruik om tegenstanders zwart en belachelijk te maken:
Trump met de
kwalificatie van zijn politieke tegenstander ‘ Crooked Hillary Clinton’ en hij noemde haar een ‘nasty woman’ . Mexicaanse immigranten
zijn bij hem ‘bad hombres’ en het
gezicht van MSNBC-journalist Mika Brzezinski ‘was bleeding badly’ door een facelift.
Wilders: gebruikte
het woord bedrijfspoedel jegens PvdA-leider
Job Cohen, die 'aan het lijntje' van het kabinet-Rutte I zou lopen. Hij sprak over kopvoddentaks: een belasting op het dragen van hoofddoeken (16 september 2009). Over
tuigdorp:
een buurt waar veelplegers geïsoleerd kunnen wonen (10 februari 2011). En over woestijngodsdienst: verwijzend naar de islam, een "ideologie die
voortkomt uit de woestijn en alleen maar woestijnen kan voortbrengen omdat ze
de mens geen vrijheid gunt.".
Dit is maar een
zeer beperkte greep uit het arsenaal van veel populistische politici. Verder
valt op dat veel van deze politici termen gebruiken die het karakter dragen van
oorlogstaal: strijd. revolutie, vernietigen enz.
Intensief
gebruik maken van sociale media en algoritmisch populisme
Ivo
Maly schenkt in zijn boek Nieuw-rechts veel aandacht aan wat hij ‘algoritmisch
populisme’ noemt. Maly noemt Donald Trump een buikspreekpop van de
antiverlichting en van Nieuw Rechts in het bijzonder, maar hij kan beschikken
over zeer geraffineerde instrumenten om
op zijn beurt ‘het volk’ te bespelen: een algoritmische datafabriek die een
algoritmisch ‘volk’ creëert waarbij het op elk individu een algoritmische
identiteit kleeft.
Het bedrijf dat
die ‘fabriek’ beheert is de Amerikaanse poot van het Brits moederbedrijf Strategic Communication Laboratories (SCL) en
behoort niet zozeer tot de advertentiewereld, maar maakt deel uit van het
militair-industrieel complex. Ze hebben ook diensten verleend aan Nigel Farage
voor zijn brexitcampagne in het Verenigd Koninkrijk. In
zijn reclame maakt het bedrijf duidelijk dat het alles in huis heeft om de
‘informatieomgeving’ te creëren: van de analyse van de tegenpartijen over het
opstellen van communicatie tot het produceren en verspreiden van fake persberichten, reportages en andere
communicatie.
Het doel
van de Trump-campagne was om elk aspect van de informatieomgeving van elke
kiezer te vatten en op basis van hun digitale voetafdruk en psychografisch
profiel individuele boodschappen te construeren. Elke potentiële kiezer wordt
bediend met een boodschap die perfect bij hem of haar past. De wapenliefhebber
met boodschappen over wapendracht, de seksist met seksistische uitspraken,
enzovoort. Daarnaast namen zij ook ‘electoraat-verkleinende’ maatregelen door
potentiële Clintonstemmers te ontmoedigen om te gaan stemmen. Daarvoor werden
de grote middelen ingezet. Klikboerderijen, bots en MAGA (Make America Great Again)-activisten behoren daartoe.
Betaald liken en sharen wordt
uitbesteed aan zogenaamde click farms, een
nieuwe industrietak eigen aan het digitale tijdperk. Deze klikboerderijen
opereren vaak vanuit lagelonenlanden. In juni 2015 bleek dat slechts 42 procent
van de Facebookfans van Trump Amerikanen waren. Wie is dan ‘het volk’?
Daarnaast worden ook bots ingeschakeld of geautomatiseerde internetrobots die
zo gesofistikeerd zijn dat ze menselijk gedrag kunnen nabootsen. Dat is vaak
het werk van clicktivisten zoals MicroChip die
via direct message groups, AddMeFast peer-to-peer netwerken opzetten.
‘Op die
manier,’ zo besluit Maly, ‘wordt mee de stem van het volk gecreëerd en wordt
het idee uitgedragen dat Trump die stem vertolkt. Zoals ook Trump gebruikt de
N-VA onder leiding van Bart de Wever haar sociale media om ‘het volk’ op te
zetten tegen de rechterlijke macht, maar ook tegen de media en de oppositie.
‘Wat
volgt,’ zo eindigt Maly zijn boek, ‘is de roep naar iemand die schoon schip
maakt, die de boel opkuist. En wat uiteindelijk overblijft, is een autoritaire
leider. Een leider die steunt op digitale stoottroepen om elke kritiek plat te
leggen.’
Ik
citeer deze informatie zo uitgebreid omdat ik het verontrustend vind wat er op
dit terrein gebeurt.
Veelvuldig gebruik van ‘humor’ en het provoceren van de
politieke tegenstanders.
Komieken hebben van oudsher een bijzondere
maatschappelijke positie. Zij mogen alles wat wij niet mogen. Zij kunnen
straffeloos inconsequent zijn, want: het is maar een grapje. Voorbeelden
genoeg: Donald Trump, Boris Johnson, en in ons land Wilders en vooral Thierry
Baudet en Hiddema. Giselinde Kuipers
omschrijft het in haar essay ‘Humor in de politiek’ in de Groene Amsterdammer
(5-9-19) als volgt: “Degenen die het doelwit en vaak slachtoffer van deze
‘grapjes’ zijn, kunnen zich tegen deze
tactiek moeilijk verweren. Provocatie dwingt de tegenstander in het defensief.
Het is moeilijk om adequaat te reageren op tegen jou gerichte grappen zonder
humorloos te lijken. Geen gevoel voor humor geldt als een pijnlijke
persoonlijke tekortkoming. Deze stijl is een effectief middel om de gevestigde
orde op de kast te jagen en het wij –tegen- zij gevoel bij de achterban te
versterken (bijvoorbeeld op het eigen You Tube-kanaal).”.
5. ‘Sluipend holt nieuwrechts de
democratie uit’
In het begin van dit artikel citeerde ik deze uitspraak van Ivo Maly. Om
mijn schets van de karakteristieken van rechts-populisme/nieuw-rechts af te
ronden, maak ik gebruik van een zeven stappenplan dat opgesteld is door Turkse
journaliste Ece Temelkuran. Vooral op grond van de politieke en
maatschappelijke ontwikkelingen die zij zelf heeft meegemaakt in het Turkije
van Erdogan, onderscheidt zij zeven stappen van de democratie naar dictatuur.
1. De
creatie van een beweging. De rechts-populisten creëren bewust een beweging
en niet een klassieke politieke partij waar de leden een bepaalde vorm van
zeggenschap bezitten. Zij claimen daarbij een beweging van ‘het echte volk’ te
zijn. Als de massa en de beweging zich eenmaal beginnen te identificeren met de
leider, doet de continu veranderende aard van de inhoud er niet meer toe. In
een column van Loes Reijmer in de Volkskrant (4-10-19) met als kop “‘Boeren, de nieuwe
knuffeldieren van populisten” schetst zij hoe Geert Wilders, maar ook Hiddema
van Forum voor Democratie, zich opwerpen als hoeders van de boerenstand.
“Op het Malieveld klom Geert Wilders dinsdagmiddag 2
oktober in de cabine van een tractor. Hij snoof de geur op van de bungelende Arbre
Magique-boompjes en keek glunderend om zich heen. Het was vertederend. Ik kon
me plots voorstellen hoe Geert van elfenbos naar elfenbos trekt in de
Droomvlucht, onze favoriete Eftelingattractie. Daarna sprak hij de boeren toe
vanaf een kraan. ‘Vrienden, jullie zijn de helden van Nederland’, zei hij. En:
‘Jullie verdienen geen gedoe, maar respect.’ ‘Heeuh!’, riepen de boeren toen´.
Theo Hiddema van Forum voor
Democratie hield zich dinsdag op het Malieveld keurig aan het script. In zijn
korte speech noemde hij de boeren ‘gezagsgetrouw’ en ‘de nuttigsten van het
land’. Hij voegde zich bij hen, door te benoemen dat zijn ‘boerenhart helemaal
warm’ werd van het protest. Andere politici, de elite dus, moesten ze juist
niet vertrouwen. Die hadden hen ‘al zo lang bij de neus genomen’. Ook Geert
Wilders, die toch al sinds 1990 op het Binnenhof rondloopt, wrikte zich los van
zijn habitat. ‘De boeren moeten niet boeten, Den Haag moet boeten’, riep hij
vanaf de kraan. Eerder waren deze partijen nog niet op een heel uitgebreid
landbouwstandpunt te betrappen. Maar dat deerde niet. De boeren maakten de
populistische puzzel compleet ‘.
2. Ondermijning van
de taal. De taal van het politieke debat wordt gereduceerd tot kooigevechtsniveau
(zie Grof taalgebruik enz.)
3. De schaamte
voorbij. Normalisering van de schaamteloosheid. Leugens die omgedoopt
worden tot alternatieve feiten vermeerderen zich. (zie Creatief omgaan met de
waarheid enz.)
4. Ontmanteling van
juridische en politieke mechanismen. Democratisch gekozen populisten
stellen de rechtsstaat en vervolgens de democratie buiten werking. Dit
verschijnsel vond afgelopen jaren plaats in Turkije waar rechters, al dan niet
verdacht van het feit dat ze aanhangers van Gülen zouden zijn, gearresteerd
werden en vervangen door aanhangers van Erdogan. In Polen waar de PIS, grootste
regeringspartij, kritische leden van het
hooggerechtshof met vervroegd pensioen wilde sturen om ze de laten vervangen
door PIS-aanhangers. In de VS waar Trump regelmatig de rechterlijke macht in
diskrediet brengt als de uitspraken van de rechters hem niet aanstaan en hij waar
dan ook mensen wil benoemen (niet alleen bij de rechterlijke macht) die zijn
beleid steunen. In lichte mate in Nederland waar Geert Wilders rechters
knettergek noemt als ze hem willen veroordelen vanwege zijn
Marokkanen-uitspraak. Dit zijn maar enkele voorbeelden, maar voor mij zijn deze
denk-en handelwijze het meest beangstigend. Eén van de pijlers van de
rechtsstaat is de onafhankelijke rechtspraak. Als die niet meer gewaarborgd is
en gevrijwaard van de invloed van de uitvoerende macht (de overheid) is er geen
volwaardige democratie mogelijk. Een andere pijler van de rechtsstaat is de
onafhankelijke pers. In Turkije, Polen en Hongarije bijvoorbeeld is daarvan
totaal geen sprake om van Rusland maar te zwijgen.
5. Burgers naar eigen ontwerp Te beginnen
bij de vrouwen. De opkomst van populisme gaat vaak samen met vrouwenhaat. In
Turkije is dit volgens Ece Temelkuran duidelijk het geval. Het optreden van
Donald Trump is om het voorzichtig te zeggen niet echt vrouwvriendelijk. Victor
Urban is van mening dat de vrouwen in Hongarije zoveel mogelijk kinderen moeten
baren om een sterke autochtone natie te krijgen. En Thierry Baudet? Hij heeft voor de zoveelste keer
duidelijk gemaakt dat hij geen boodschap heeft aan vrouwenrechten, hij is van
menig, dat het een slechte zaak is dat vrouwen tegenwoordig streven naar een
carrière en financiële onafhankelijkheid, omdat van de moderne vrouw verwacht
zou worden dat zij “haar traditionele rol als ondersteuner van de man” afwijst.
Volgens Baudet is het extreem moeilijk, zo niet onmogelijk om een familie op te
bouwen als vrouwen fulltime werken en is dat de reden dat vrouwen in de
westerse wereld steeds minder kinderen krijgen.
6. Gelach
om de verschrikkingen . Mensen proberen hun angsten voor het
rechts-populisme weg te lachen. In Turkije is volgens Temelkuran veel tijd
verspild door met humor en sarcasme op het rechtspopulisme te reageren.
7. De
opbouw van een nieuw land.
Al met al schetst Ece Temelkuran een somber
beeld van wat rechts-populisme al te weeg heeft gebracht en wat er in de
toekomst kan gebeuren. Gelukkig denkt zij dat Turkije zich nu, onder andere na
de Turkse lokale verkiezingen waarbij de partij van Erdogan niet de burgemeester van Istanbul mag
leveren, in een hoopvolle achtste fase bevindt. Een fase waarin mensen zich
bewust worden dat onderlinge solidariteit de malaise kan overwinnen. Zij sprak
de hoop uit dat Nederland niet eerst door al die andere stappen heen moet om
die achtste fase te bereiken.
Ben ik nu gerust gesteld wat betreft de ontwikkelingen in de landen waar
het rechts-populisme steeds meer een rol schijnt te spelen? Niet echt.
Alvorens, vooral wat betreft Nederland, een definitief antwoord te formuleren
op de vraag die ik in de inleiding heb gesteld: “En in hoeverre schuilt
er een gevaar voor de liberale, parlementair democratie en de rechtsstaat, in
de toenemende invloed van deze politieke stroming (rechts-populisme), wil ik in
een volgend artikel nagaan wat de mogelijke oorzaken kunnen zijn van de opkomst
van het rechts-populisme en in hoeverre populisme onlosmakelijk verbonden is
aan de democratie. Een gangbare theorie die haaks staat op de theorie van
populisme als ideologie, is het idee dat populisme onlosmakelijk verbonden is
met het idee van de democratie. Margaret Canovan (1999) noemt het populisme de
'schaduw' van de democratie. Zij stelt dat de democratie zoals wij die kennen
twee gezichten heeft, een idealistische en een pragmatische. De spanning tussen
deze twee gezichten ligt volgens haar ten grondslag aan populistische
mobilisatie. Canovan neemt afstand van het idee dat het populisme als een
pathologisch symptoom moet worden gezien of als ideologie kan worden
gedefinieerd. Volgens de politiek filosoof Sjaak Koenis, die spreekt van de
januskop van de democratie, vormt de boosheid van de burger die vaak tot
uitdrukking komst in een stem op een populistische partij, geen gevaar voor de
democratie, maar is ze er juist een gevolg van.
Teun Monster Historicus en oud-docent geschiedenis, maatschappijleer en
maatschappijwetenschappen
Geraadpleegde literatuur
Abels, Romana, Populisme en complotdenken horen bij elkaar,
interview met Jan-Willem van Prooijen, Trouw 5-10-19
Fukuyama, Francis, Identiteit waardigheid en ressentiment en identiteitspolitiek, 2019
Gruppen, Pieternel, Populisten zijn
overal hetzelfde, interview met Ecil Temelkuran, Trouw 13-4-19 Gruyter,
Caroline de, Populisten denken dat zij alleen het volk zijn, interview met
Jan-Werner-Müller, NRC11-11-16
Jäger, Anton, Kleine anti-geschiedenis van het
populisme, 2018; Jaap Tielbeke, Het p-woord, boekbespreking van Kleine
anti-geschiedenis van het populisme, Groene Amsterdammer 9-5-18
Koenis,
Sjaak, De januskop van de democratie, 2016
Kuipers, Geselinde, Humor in de politiek, De nar mag alles, Groene
Amsterdammer 5-9-19
Maly, Ico, Nieuw
rechts, 2018; Wendelmoet Boersema,
Slapend holt nieuw rechts de democratie uit, interview met Ico Maly, Trouw19-5-19; Walter Lotens, Boekbespreking Nieuw rechts
van Ico Maly, De wereldmorgen, 4-3-18
Pels, Dick, Fuck
de feiten, Het grote gelijk van Theirry Baudet, De groene Amsterdammer,
29-5-19
Peters, Matthijs, Links populisme binnen de Europese Unie-exportproduct
van Zuid-Amerika, masterscriptie, 2015 Populisme, hoe zit dat nou precies? Interview met Cas Mudde NOS Op3 Binnenland – Politiek – 28-3-17
Reijnen, Loes, Boeren de nieuwe
knuffeldieren van populisten, Volkskrant, 5-10-19
Reacties
Een reactie posten