Democratie onder vuur


Democratie onder vuur

Op zoek naar oorzaken en oplossingen.

Ik ben bezorgd! Want volgens mij liggen de liberale democratie en de rechtsstaat in een groot aantal landen onder vuur.
In de periode van 1970 – 2000 nam het aantal democratisch bestuurde landen wereldwijd toe van 35 naar 120. Tegelijkertijd was er sprake van globalisering, groeiende internationale handel en toenemende investeringen. Armoede werd in steeds meer landen teruggedrongen en er gingen meer kinderen naar school. Maar niet iedereen profiteerde van deze wereldorde: er ontstonden ontwrichtende sociale veranderingen, toenemende migratie naar rijke landen, een deel van de productie verplaatste zich naar lage lonen landen, laag geschoolde arbeiders werden vervangen door machines. Dan ontstaat er in 2008 in de VS een financiële crisis die uitmondt in een wereldwijde economische crisis, met als gevolg werkloosheid op grote schaal. De Europese Unie kwam mede daardoor in zwaar weer terecht, wat vooral zichtbaar werd  door de eurocrisis vanwege de situatie in Griekenland. Door al deze factoren werd de reputatie van de liberale democratie (vooral in de VS en de EU) geschaad. Daarna ontstond er een wereldwijde democratische recessie: Rusland, Turkije, Hongarije, Polen, Brexit en de verkiezing van Trump als president van de Verenigde Staten. Door de Arabische Lente werden dictaturen ontwricht, maar in de betrokken landen ontstond geen democratie: Egypte, Libië, Jemen, Irak. In Syrië mondden protesten tegen Assad uit in een verschrikkelijke burgeroorlog.
Voor het optreden en de stellingname van Donald Trump, van de PVV, van de partij van Marine Le Pen in Frankrijk, en van de AFD in Duitsland, wordt vaak de term populisme gebruikt. Ook Forum voor Democratie, onder leiding van Thierry Baudet, schaart men dan onder deze term.
Wat bedoelt men met die kwalificatie? En in hoeverre schuilt er een gevaar voor de liberale, parlementair democratie en de rechtsstaat in de toenemende invloed van deze politieke stroming? Het enorme succes van Forum voor Democratie bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten en indirect voor de Eerste Kamer, in maart van dit jaar verontrustte mij in dit verband in grote mate.
In dit artikel wil ik in de eerste plaats aandacht schenken aan de stroming nieuw-rechts zoals de Belgische cultuurwetenschapper Ico Maly die noemt en die door anderen wordt aangeduid als rechts-populisme. Wat zijn de belangrijkste ideeën en uiterlijke verschijningsvormen van deze politieke ‘stroming’? In artikelen die later zullen verschijnen zal ik aandacht besteden aan wat de mogelijke verklaringen kunnen zijn voor het succes van deze populistische partijen, in hoeverre  het populisme een bedreiging vormt voor de liberale/parlementaire democratie en de rechtsstaat  en tot slot wat de gevestigde politieke partijen, in het bijzonder in Nederland, zouden kunnen doen om hun eigen aantrekkingskracht voor de kiezer die nu op een populistische partij stemt, te vergroten.
Dit artikel is vooral gebaseerd op een aantal, meest recente, publicaties over het populisme. Ik pretendeer niet het resultaat van eigen wetenschappelijk onderzoek aan u voor te leggen, maar wel een zoektocht van een verontruste burger.
Met de titel ‘Sluipend holt nieuw-rechts de democratie uit’ verscheen in mei van afgelopen jaar in de bijlage Letter en Geest van dagblad Trouw een interview met de cultuurwetenschapper Ico Maly. Centraal in dit artikel staat de inhoud van zijn boek “Nieuw- rechts”. Naar aanleiding van dit interview probeer ik een aantal kenmerken van nieuw-rechts en van (rechts)populisme onder de aandacht te brengen.

Herkomst van de term nieuw-rechts

Na de Tweede Wereldoorlog is volgens Maly het dominante verhaal in Europa: “nooit meer oorlog, nooit meer fascisme. Iedereen schaart zich achter de waarden van de Verlichting zoals vrijheid, gelijkheid en mensenrechten. Nationalistisch rechts hangt in de touwen, feminisme en antiracisme zijn het nieuwe normaal, niemand waagt het de Holocaust te ontkennen. Links krijgt – zeker in de ogen van rechts – de almacht. En juist in 1968, midden in de revolte in ondermeer Parijs, richt in Frankrijk een aantal denkers zoals Alain de Benoist een beweging op die later bekend komt te staan als La Nouvelle Droite. Vandaar de naam van het boek, nieuw-rechts. Deze denkers hebben het succes van links bestudeerd en willen dat gebruiken voor een heel andere, rechtse, nationalistische agenda. Ze leerden dat Mussolini aan de macht kwam doordat zijn gedachtegoed al ver daarvoor opkwam en genormaliseerd werd onder het volk. Ze moderniseren vooroorlogse denkers die de ondergang van de Europese beschaving voorzagen. En ze nemen de tijd, ze gaan niet voor snel electoraal succes” .

De aanhangers van de ideeën van nieuw-rechts in de huidige tijd vullen alle belangrijke termen van de Verlichting, zoals vrijheid en democratie, opnieuw en anders in. Thierry Baudet de fractieleider van Forum voor Democratie in de Tweede Kamer en Paul Cliteur, rechtsfilosoof en fractieleider voor deze partij in de Eerste Kamer, proberen dat ook: het oude conservatisme verzoenen met de Verlichting. Maar in hun benadering gaat de universele dimensie waarin nadruk wordt gelegd op gelijkheid, op de mensenrechten voor iedereen, verloren omdat nieuw-rechts deze ideeën juist gevaarlijk vindt. Zij geven een andere betekenis aan het begrip democratie: geen representatieve democratie met het doel om mensenrechten voor ieder mens te realiseren en te  beschermen, maar beschouwen democratie als het samen door één deur gaan, als eenheid. Het volk en hun bestuurders vormen daarbij één geheel. Er moet één stem zijn. En de leider verkondigt die stem van het volk. Baudet is niet tegen een elite, hij verwerpt gelijkheid en is voor hiërarchie. Hij is tegen de fóute elite, het ‘partijkartel’. Daartoe rekent hij vooral de partijen die de laatste jaren in de regering zaten en volgens hem onderling de baantjes verdelen. Ico Maly: “De goede elite echter spreekt in de naam van het volk, dat naar grootsheid gebracht moet worden. Het volk kan dromen en voelen, geeft handen aan het organisme, de elite is het hoofd. Hierin passen de lichaamsmetaforen die nieuwrechtse politici graag gebruiken. Ja, ook de homeopatische verdunning van Baudet, of ‘de natie als weefsel dat kapot wordt gemaakt’. Hun boodschap is dat de neergang is ingezet, maar het is nog niet te laat voor een renaissance, een wedergeboorte, als de strijd maar wordt aangegaan”. De waarheid en het volk zijn voor een populist inwisselbare grootheden. “Ik zeg wat het volk denkt, dus ik heb per definitie gelijk”. Daarbij past de houding die president Trump ook regelmatig aanneemt: wie met mij is, noem ik elite, wie niet vindt wat ik vind is geen goede Amerikaan, Nederlander enz.

Om een goed beeld te krijgen van het denken van nieuw-rechts en van Thierry Baudet in het bijzonder, maak ik gebruik van een artikel van Dick Pels “Thierry Baudet: ik heb gelijk. Dus anderen hebben ongelijk en zo is dat”. Baudet heeft ooit gezegd: “Als ik mezelf terugzie, denk ik heel vaak: mijn God wat is dit goed. Bescheidenheid is een walgelijke eigenschap. Zijn meningen niet gewoon feiten? Volgens Baudet weet de hele politiek klasse niet waar ze het over heeft. Bijvoorbeeld als het gaat over de Europese Unie: “Ik zie de EU als een bezettingsmacht, dus zeg ik dat. Het is geen spel, hé, Ik heb gelijk. Dus anderen hebben ongelijk. Ze moeten daar alleen nog achter komen. Het grootste deel van de politici is ontzettend stom”.
Zoals we al eerder hebben gezien geven de aanhangers van nieuw-rechts een andere invulling van het begrip democratie dan het gewone rechts van enkele decennia geleden, maar er is nog een belangrijk verschil . Het streven naar een liberale internationale orde met vrijhandelen open grenzen bepaalde lang de rechtse politieke agenda, Maar nieuw-rechts kiest voor economisch protectionisme en nationalisme. Maly: “Ze dromen hardop over een wereld van soevereine en homogene naties waar het belang van de groep belangrijker wordt geacht dan de rechten van het individu. Ze geloven niet alleen dat de huidige wereld in een diepe culturele crisis zit, maar ook dat er een nieuwe gouden tijd aanbreekt, een periode van hergeboorte. Een renaissance dus. Een hoopgevend signaal van een succesvolle opstand tegen links, dat in de ogen van Trump en consorte immigranten voortrekt, de belangen van het eigen land ondergeschikt maakt aan die van het buitenland, etnische en seksuele minderheden gelijkstelt met de meerderheid en het lot van toekomstige generaties zwaarder laat wegen dan het welbevinden van mensen die nu leven.
Een ander kenmerk van nieuw rechts is volgens Maly dat het ongelijkheid ziet als een voorwaarde voor een vitale natie. Ongelijkheid is natuurlijk, gelijkheid een ideologie, menen zij. De strijd tegen gelijkheid is een strijd tegen de gelijkheid van man en vrouw, tegen de gelijkheid van culturen en rassen en tegen de sociale gelijkheid. Dat betekent dat men niets moeten hebben van de gedachte dat iedereen recht heeft op gelijke mate van vrijheid.
Maar wat is dan volgens Maly nog het verschil van nieuw-rechts met extreem-rechts? “Als een partij het idee van ras centraal stelt of dweept met geweld; gebruik maakt van onder andere stoottroepen of een militaire tak van de partij. Maar overeenkomsten zijn er ook: ideeën over een organische natie en aanvallen op gelijkheid, liberalisme, communisme en socialisme. Forum voor Democratie  zou volgens deze omschrijving eerder bij nieuw-rechts dan extreem-rechts gerekend moeten worden, maar door het gebruik van bepaalde termen als ‘boreaal’ kunnen zeer extremistische groepringen als Erkenbrand denken: dit is onze man. Baudet speelt met het applaus dat hij van deze mensen krijgt.
Populisme
Eerder heb ik aangegeven dat ik aandacht wil schenken aan kenmerken van nieuw-rechts en van rechts-populisme. In veel media- uitingen wordt het woord populisme voor allerlei ideeën en politieke uitingen gebruikt, zonder dat duidelijk wordt wat er met deze term wordt bedoeld.
De politicoloog Anton Jáger probeert in zijn boek ‘Kleine anti-geschiedenis van het populisme; een reis naar de bron van het populisme’ enige klaarheid te verschaffen in deze begripsvervuiling. In de boekbespreking van Jaap Tielbeke in de Groene Amsterdammer van 9 mei 2018 wordt het zo verwoord: “Jäger schreef niet zomaar een braaf historisch overzicht. Met zijn ‘anti-geschiedenis’ wil hij ‘de hedendaagse betekenis van de term niet alleen verklaren, maar ook ter discussie stellen’. Tegenwoordig wordt er namelijk wel erg scheutig gestrooid met de term. Hysterisch, haast. Ook gemakzuchtige journalisten krijgen een veeg uit de pan: net als veel ‘gematigde’ politici gebruiken ze het woord maar al te vaak om onwelgevallige geluiden te diskwalificeren. Hitst een politicus het volk op met valse beloften? Populist! Zaait hij haat tegen vluchtelingen? Populist! Gaat hij tekeer tegen een corrupte elite? Je reinste populisme! Terwijl het juister zou zijn om deze gevallen te beschrijven als, respectievelijk: demagogie, xenofobie, en retoriek. Dat het begrip aan inflatie onderhevig is, betekent natuurlijk niet dat het een lege huls is. Populisme is in dat opzicht een beetje als porno: iedereen herkent het, ook al heeft niemand een waterdichte definitie. Zelfs de meest gerenommeerde politicologen kunnen er geen consensus over bereiken. Voor de één is Trump het schoolvoorbeeld van een populist, voor de ander is hij eerder een ongeleid projectiel met autocratische en narcistische trekjes. Altijd zijn populisten de uitdagers die op weerstand kunnen rekenen van de gevestigde orde, maar of het populisme inherent is aan de democratie, of toch vooral een bedreiging ervan, daarover lopen de meningen uiteen”.
De Amerikaanse politicoloog Benjamin Moffitt vergelijkt de populist met een ‘onbehagelijke gast bij het diner’, die met zijn lompe gedrag het tafelgezelschap bruuskeert, maar door zijn lak aan manieren tegelijkertijd ongemakkelijke waarheden aankaart. Een confronterende lastpak, dus. Maar wat als die gast de boel begint te slopen als hij een borreltje te veel op heeft? Leuk en aardig dat populisten vingers op de zere plekken leggen – zodra ze de macht grijpen, kunnen ze uit naam van de democratie de democratie de nek omdraaien. Kijk naar Urban in Hongarije, Chavez in Venezuela, Erdogan in Turkije, Kaczyński  de leider van Recht en Rechtvaardigheid in Polen, en de pogingen daartoe door Johnson in het Verenigd Koninkrijk, Trump in de Verenigde Staten, Bosonaro in Brazilië enz.
Jäger maakt vooral duidelijk dat het woord populisme in Europa een heel andere gevoelswaarde heeft dan in de Verenigde Staten van Amerika. De toenmalige voorzitter van de Europese Raad, Herman van Rompuy, noemde in 2010 populisme het grootste gevaar voor Europa. De Belgische politicus Guy Verhofstadt, die zich zoals gewoonlijk wat minder diplomatiek uitte, noemde populisme moorddadig en het kondigt etnische zuiveringen aan, ons terugslepend naar de donkerste dagen van de geschiedenis.  In de VS herkent men de definitie van Verhofstadt niet. “Wat bedoelen jullie toch met het woord populisme”vroeg Obama zich geïrriteerd af. Hij zei: “Ik weiger akkoord te gaan met de stelling dat de retoriek waarvan de heer Trump zich tijdens deze verkiezingscampagne bedient ‘populistisch’ is. Dat ik in 2008 voor het presidentschap ging, en opnieuw in 2012, was omdat ik om mensen geef…. Iemand die nooit iets om arbeiders heeft gegeven en die plots iets controversieels zegt, of gewoon stemmen wint, wordt daarmee nog geen ‘populist’. Dat is niet de maatstaf voor populisme, Dat is louter xenofobie of, erger, puur cynisme. Laten we iets voorzichtiger omgaan met het gebruik van het woord populisme en laten we het niet plakken op eenieder die in tijden van economische onzekerheid opstaat”.  



       Volgens Cas Mudde, politicoloog en populismespecialist,  kent het populisme drie specifieke fases:


1. Het agrarisch populisme van eind negentiende en begin twintigste eeuw in de Verenigde Staten en Rusland,
Als politiek begrip is het “Populisme’(nu nog met een hoofdletter, later met een kleine letter) ontstaan in 1892 toen de Amerikaanse  People’s Party(Volkspartij) werd opgericht. Binnen de Amerikaanse geschiedenis was deze partij een formidabele kracht: in het Zuiden van de VS bevocht ze het racisme, in het Noorden de opkomende kapitalistische orde. Als beweging bestond ze uit een coalitie van (blanke en zwarte) kleine boeren en fabrieksarbeiders. In Amerika staat het woord daarmee voor radicaal andere zaken dan in Europa. Het roept beelden op van het ontstaan van de Verenigde Staten, van radicale boeren en strijdende arbeiders. Voor Obama was de term dus allerminst negatief; bij populisme dacht hij aan radicale politiek en ontvoogding – geen obsessie met leiders, identiteit, of culturele eigenschappen.
 De opkomst van de Amerikaanse People’s Party liep parallel aan de opkomst van de Russische beweging Narodniki, hetgeen vrij vertaald ‘populisme’ betekent. Deze beweging uit de tweede helft van de 19e eeuw bestond uit een kleine groep intellectuelen uit de midden-klasse, die stelde dat de boerenstand de meest pure en moreel gezonde klasse van de samenleving was en dat daarom de samenleving gebaseerd moest zijn op een agrarische economie. Net als de populistische partij in de VS kwam deze partij op voor de agrarische samenleving en werd er gebruik gemaakt van een ‘het volk tegen de elite’- retoriek. De opkomst van deze groep intellectuelen inspireerde de geboorte van vele andere agrarische populistische bewegingen in Oost-Europese landen.

2. Het Zuid-Amerikaanse sociaaleconomische (links)populisme van halverwege de twintigste eeuw.

Na de economische crisisjaren in de jaren dertig begonnen in veel Zuid-Amerikaanse landen de massa’s zich te mengen in de nationale politieke arena. Populistische leiders wisten grote groepen mensen uit de samenleving te mobiliseren in hun strijd tegen de politieke elite. Daar waar het agrarische populisme uit Rusland en de VS zich voornamelijk had gericht op de boerensamenleving, kenmerkte het Zuid-Amerikaanse populisme zich door het feit dat het geen nadruk legde op specifieke sociale klassen, maar juist steun kreeg vanuit meerdere lagen van de bevolking. Verder karakteriseerde het zich door een sterke en charismatische leider vanuit de hogere middenklasse, waarvan de meest bekende en populaire Juan Perón was, die onder de Argentijnse bevolking middels zijn populistische strategieën een brede steun wist te verwerven.  Perón kan worden gezien als de grondlegger van het populisme op het Zuid-Amerikaanse continent en zijn gedachtegoed speelt er tegenwoordig nog altijd een belangrijke rol. De Zuid-Amerikaanse populistische partijen wisten vaak de steun van de massa’s achter zich te krijgen door hun felle nationalistische retoriek. Deze vormde zich door anti-imperialistische en anti-VS-sentimenten. De populisten hingen een ideologie aan waarin de staat centraal stond en moest zorgen voor een beschermde economie. De populistische bewegingen streefden een verenigd volk na, waarin spanningen tussen de verschillende klassen zouden verdwijnen als gevolg van een verhoogd nationalisme, gericht tegen de imperialistische buitenstaanders.

3. In de afgelopen decennia is het aantal rechtse populistische groeperingen vooral in West-Europa erg toegenomen, dit wordt gezien als de derde fase van de geschiedenis van het populisme. Hans Georg Betz, die regelmatig publiceert over rechts-populisme, stelde in 1993 dat West-Europa middenin een politieke revolutie zat, waarin de gevestigde politieke partijen het vertrouwen van het publiek hadden verloren in hun vruchteloze pogingen tot hervormingen. De partijen waren niet in staat om adequaat te reageren op sociaaleconomische en sociaal-culturele veranderingen in deze periode, zoals de toename van massa-immigratie.  De rechts-populistische partijen boeken vooral sinds het begin van de eenentwintigste eeuw aanzienlijke electorale successen. Zo behoren de Partij van de Vrijheid (PVV) en Forum voor Democratie in Nederland en de Deense Volkspartij (FPO) momenteel bij de grotere partijen in hun land en staat spelen Marine le Pen in Frankrijk en de partij Alternative für Deutschland (AFD) een steeds belangrijker rol in het politieke landschap. Cas Mudde stelt dat het rechtse populisme beschouwd kan worden als de meest succesvolle politieke partijfamilie sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog. Deze partijen geloven in autoritair beleid en een populistische representatie van het volk, waarin het 'pure volk' en de 'corrupte elite' tegen elkaar af worden gezet. Hun belangrijkste politieke thema's zijn immigratie, misdaad en corruptie. De partijen willen dat de politiek het algemeen belang van 'het homogene volk' moet reflecteren, ervan uitgaande dat er zoiets bestaat als een homogeen algemeen belang.  De rechtse populisten hanteren een strategie van uitsluiting, waarin problemen worden afgeschoven op enerzijds de 'elites' en anderzijds de minderheden in een land. Het demoniseren van Moslims wordt sinds de terroristische aanslagen van 11 september 2001 door veel partijen gebruikt om zich op te werpen als verdediger van liberale en westerse waarden. Van de eigen cultuur.
Daarnaast speelde in Zuid-Amerika en in Zuid-Europese landen vooral het links-populisme een rol. De economische crises van de jaren negentig van de twintigste eeuw brachten werkloosheid en armoede met zich mee en de Zuid-Amerikaanse bevolkingen zagen in dat dit niet opgelost kon worden middels neoliberale beleidsvoering. De onvrede onder het volk leidde tot politieke revoluties, waarin in alle landen de linkse idealen de voorkeur kregen boven elk ander ideaal. In Venezuela werd deze revolutie actief gevoerd door Hugo Chávez, die de mensen bijeenbracht om samen te strijden tegen de politieke hegemonie. In Bolivia en Argentinië werd de revolutie door het volk zelf gestart, en namen respectievelijk Morales en Kirchner de taak op zich om het volk verder te verenigen en te vormen. Binnen zowel het radicale beleid van Chávez en Morales, als het meer gematigde beleid van de Kirchners speelde nationalisme een grote rol. Nationale helden werden door Chávez en Morales voortdurend aangehaald om de kracht van het eigen volk te benadrukken. Om eenheid binnen het volk te creëren werden verschillende vijanden gecreëerd, die door de leiders als bedreiging van de staat werden neergezet. Dit konden de imperialistische overheersers zijn, de oud-dictatoriale regimes of de neoliberale elites. Het links-populisme van deze regimes uit Zuid-Amerika lijkt als voorbeeld te hebben gediend voor de creatie van partijen als  Syriza in Griekenland en Podemos in Spanje.


Ik wil aan de hand van de omschrijvingen van twee politicologen een poging doen om aan te geven van welke karakterisering van het populisme ik in het vervolg uit wil gaan.
Jan-Werner Müller, hoogleraar Politieke Wetenschappen aan Princeton University, geeft in zijn boek What is Populism?, de volgende omschrijving:
“Populisme drijft op een kunstmatig onderscheid tussen het volk en de elite en gaat altijd gepaard met antipluralisme. Dat wil zeggen: populisten eisen het morele monopolie op om als enige de vertegenwoordigers te zijn van ‘het volk’, ook wel ‘de zwijgende meerderheid’ genoemd. Tegelijkertijd doen ze er alles aan om hun tegenstanders te de-legitimeren. President Donald Trump zei tijdens zijn inauguratietoespraak: ‘De macht is vandaag teruggegeven aan het volk’. Kortom: als hij regeert, regeert het volk. Dit vormt de kern van het populisme. Tijdens zijn campagne zette Trump zijn concurrente Hillary Clinton weg als een vijand van het volk. Hij betoogde zelfs dat ze de gevangenis in moest.”
En de politicoloog Cas Mudde zegt het zo:
"Ik definieer het als een 'dunne' ideologie, die de samenleving verdeelt in twee groepen die tegenover elkaar staan. Het pure volk aan de ene kant en de corrupte elite aan de andere kant. Zij willen dat de politiek de algemene wil van het volk volgt. Het primaire onderscheid is dus moreel. Een 'dunne' ideologie betekent dat het zich maar over enkele essentiële zaken uitspreekt. In de praktijk verbinden populistische partijen het populisme met andere ideologieën. Bij rechts is dat vaak het nationalisme, bij links is dat vaak het socialisme. Op basis van het populisme alleen weet je nog maar weinig over het economische of politieke systeem dat ze willen hebben."                                                                                                  Uitgaande van de omschrijving van Cas Mudde wil ik proberen een omschrijving te geven van het gedachtegoed en de politieke uitingsvormen van het rechts-populisme.
Als je er vanuit gaat dat de samenleving bestaat uit twee tegenover elkaar staande groeperingen: het pure, eigen, autochtone volk aan de ene kant en de corrupte politieke, economische, wetenschappelijke elite inclusief de media en de rechterlijke macht, aan de andere kant, dan vloeien daar mijns inziens enkele karakteristieken  van rechts-populisme  uit voort.
1.      Nationalisme, een land met een eigen dominante cultuur, waaraan ‘allochtonen’ zich moeten aanpassen; trots zijn op de helden uit de eigen geschiedenis (geen ruimte voor kwalijke bladzijden uit de nationale geschiedenis); agressieve houding tegenover burgers of groeperingen die andere opvattingen hebben zoals: moslims, mensen met linkse opvattingen, de Europese Unie enz.
2.      De politiek moet de wil van het volk volgen, dit kan het beste door gebruik te maken van vormen van directe democratie zoals referenda; dit gebeurt in de redenering van de populist niet of te weinig in een parlementaire democratie waar het ‘partijkartel’ van de partijen al decennia lang de dienst uitmaakt (nepparlement, omdat het niet de wil van het volk uitvoert!)
3.      De leider van de populistische beweging, weet wat het volk wil en gebruikt de legitimiteit van de democratische verkiezingen om zijn macht te consolideren en zo mogelijk uit te breiden: Erdogan in Turkije, Trump in de VS, Urban in Hongarije, Johnson en Farage in Groot-Brittannië, Bolsonaro in Brazilië, Wilders en Baudet (als ze de kans krijgen?) in Nederland
4.      Onorthodoxe middelen zijn toegestaan om dit heilige doel (uitvoeren de wil van het volk) te bereiken.                                                                                                    
Creatief omgaan met de waarheid:
Alternatieve feiten presenteren (gewoon leugens), anderen beschuldigen van fake news (ook al is er bewijs voor het tegendeel).  Baudet: “Ik zeg wat het volk denkt, dus ik heb per definitie gelijk” . Volgens universitair hoofddocent Jan-Willem van Prooijen in een vraaggesprek in het dagblad Trouw (5-10-19) is er een politieke ontwikkeling die meer complotdenken in de politiek heeft gebracht:  de opkomst van het populisme. “Populisme en geloof in samenzweringen gaan hand in hand. Het is een beetje dezelfde denkstijl: de populistische visie op de maatschappij is dat er een voortdurende strijd is tussen een corrupte elite en het volk. Als je de wereld zo ziet, is het nog maar een kleine stap om te denken dat de elite ook bezig is om je erin te luizen. Bovendien impliceert het dat je de wereld vrij zwart-wit ziet, in termen van goede en slechte groepen.” Als voorbeelden van complottheorieën die vooral in de VS circuleren noemt hij:“Klimaatverandering is bedrog, bedacht door de Chinezen”. Dat de farmaceutische industrie het bewijs achterhoudt en dat vaccins autisme veroorzaken. Dat Barack Obama werd geboren in Kenia..”.
 Grof taalgebruik om tegenstanders zwart en belachelijk te maken:
Trump met de kwalificatie van zijn politieke tegenstander ‘ Crooked Hillary Clinton’ en  hij noemde haar  een ‘nasty woman’ . Mexicaanse immigranten zijn bij hem  ‘bad hombres’ en het gezicht van MSNBC-journalist Mika Brzezinski ‘was bleeding badly’ door een facelift. Wilders: gebruikte het woord bedrijfspoedel jegens PvdA-leider Job Cohen, die 'aan het lijntje' van het kabinet-Rutte I zou lopen. Hij sprak over kopvoddentaks: een belasting op het dragen van hoofddoeken (16 september 2009). Over tuigdorp: een buurt waar veelplegers geïsoleerd kunnen wonen (10 februari 2011). En over woestijngodsdienst: verwijzend naar de islam, een "ideologie die voortkomt uit de woestijn en alleen maar woestijnen kan voortbrengen omdat ze de mens geen vrijheid gunt.".
Dit is maar een zeer beperkte greep uit het arsenaal van veel populistische politici. Verder valt op dat veel van deze politici termen gebruiken die het karakter dragen van oorlogstaal: strijd. revolutie, vernietigen enz.
 Intensief gebruik maken van sociale media en algoritmisch populisme
Ivo Maly schenkt in zijn boek Nieuw-rechts veel aandacht aan wat hij ‘algoritmisch populisme’ noemt. Maly noemt Donald Trump een buikspreekpop van de antiverlichting en van Nieuw Rechts in het bijzonder, maar hij kan beschikken over zeer geraffineerde  instrumenten om op zijn beurt ‘het volk’ te bespelen: een algoritmische datafabriek die een algoritmisch ‘volk’ creëert waarbij het op elk individu een algoritmische identiteit kleeft.
Het bedrijf dat die ‘fabriek’ beheert is de Amerikaanse poot van het Brits moederbedrijf Strategic Communication Laboratories (SCL) en behoort niet zozeer tot de advertentiewereld, maar maakt deel uit van het militair-industrieel complex. Ze hebben ook diensten verleend aan Nigel Farage voor zijn brexitcampagne in het Verenigd Koninkrijk. In zijn reclame maakt het bedrijf duidelijk dat het alles in huis heeft om de ‘informatieomgeving’ te creëren: van de analyse van de tegenpartijen over het opstellen van communicatie tot het produceren en verspreiden van fake persberichten, reportages en andere communicatie.
Het doel van de Trump-campagne was om elk aspect van de informatieomgeving van elke kiezer te vatten en op basis van hun digitale voetafdruk en psychografisch profiel individuele boodschappen te construeren. Elke potentiële kiezer wordt bediend met een boodschap die perfect bij hem of haar past. De wapenliefhebber met boodschappen over wapendracht, de seksist met seksistische uitspraken, enzovoort. Daarnaast namen zij ook ‘electoraat-verkleinende’ maatregelen door potentiële Clintonstemmers te ontmoedigen om te gaan stemmen. Daarvoor werden de grote middelen ingezet. Klikboerderijen, bots en MAGA (Make America Great Again)-activisten behoren daartoe. Betaald liken en sharen wordt uitbesteed aan zogenaamde click farms, een nieuwe industrietak eigen aan het digitale tijdperk. Deze klikboerderijen opereren vaak vanuit lagelonenlanden. In juni 2015 bleek dat slechts 42 procent van de Facebookfans van Trump Amerikanen waren. Wie is dan ‘het volk’? Daarnaast worden ook bots ingeschakeld of geautomatiseerde internetrobots die zo gesofistikeerd zijn dat ze menselijk gedrag kunnen nabootsen. Dat is vaak het werk van clicktivisten zoals MicroChip die via direct message groups, AddMeFast peer-to-peer netwerken opzetten.
‘Op die manier,’ zo besluit Maly, ‘wordt mee de stem van het volk gecreëerd en wordt het idee uitgedragen dat Trump die stem vertolkt. Zoals ook Trump gebruikt de N-VA onder leiding van Bart de Wever haar sociale media om ‘het volk’ op te zetten tegen de rechterlijke macht, maar ook tegen de media en de oppositie.
‘Wat volgt,’ zo eindigt Maly zijn boek, ‘is de roep naar iemand die schoon schip maakt, die de boel opkuist. En wat uiteindelijk overblijft, is een autoritaire leider. Een leider die steunt op digitale stoottroepen om elke kritiek plat te leggen.’
Ik citeer deze informatie zo uitgebreid omdat ik het verontrustend vind wat er op dit terrein gebeurt.
Veelvuldig gebruik van ‘humor’ en het provoceren van de politieke tegenstanders.
 Komieken hebben van oudsher een bijzondere maatschappelijke positie. Zij mogen alles wat wij niet mogen. Zij kunnen straffeloos inconsequent zijn, want: het is maar een grapje. Voorbeelden genoeg: Donald Trump, Boris Johnson, en in ons land Wilders en vooral Thierry Baudet  en Hiddema. Giselinde Kuipers omschrijft het in haar essay ‘Humor in de politiek’ in de Groene Amsterdammer (5-9-19) als volgt: “Degenen die het doelwit en vaak slachtoffer van deze ‘grapjes’  zijn, kunnen zich tegen deze tactiek moeilijk verweren. Provocatie dwingt de tegenstander in het defensief. Het is moeilijk om adequaat te reageren op tegen jou gerichte grappen zonder humorloos te lijken. Geen gevoel voor humor geldt als een pijnlijke persoonlijke tekortkoming. Deze stijl is een effectief middel om de gevestigde orde op de kast te jagen en het wij –tegen- zij gevoel bij de achterban te versterken (bijvoorbeeld op het eigen You Tube-kanaal).”.                                                                                                                             
5.    ‘Sluipend holt nieuwrechts de democratie uit’      

In het begin van dit artikel citeerde ik deze uitspraak van Ivo Maly. Om mijn schets van de karakteristieken van rechts-populisme/nieuw-rechts af te ronden, maak ik gebruik van een zeven stappenplan dat opgesteld is door Turkse journaliste Ece Temelkuran. Vooral op grond van de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen die zij zelf heeft meegemaakt in het Turkije van Erdogan, onderscheidt zij zeven stappen van de democratie naar dictatuur.  

1.  De creatie van een beweging. De rechts-populisten creëren bewust een beweging en niet een klassieke politieke partij waar de leden een bepaalde vorm van zeggenschap bezitten. Zij claimen daarbij een beweging van ‘het echte volk’ te zijn. Als de massa en de beweging zich eenmaal beginnen te identificeren met de leider, doet de continu veranderende aard van de inhoud er niet meer toe. In een column van Loes Reijmer in de Volkskrant (4-10-19) met als kop  Boeren, de nieuwe knuffeldieren van populisten” schetst zij hoe Geert Wilders, maar ook Hiddema van Forum voor Democratie, zich opwerpen als hoeders van de boerenstand.

“Op het Malieveld klom Geert Wilders dinsdagmiddag 2 oktober in de cabine van een tractor. Hij snoof de geur op van de bungelende Arbre Magique-boompjes en keek glunderend om zich heen. Het was vertederend. Ik kon me plots voorstellen hoe Geert van elfenbos naar elfenbos trekt in de Droomvlucht, onze favoriete Eftelingattractie. Daarna sprak hij de boeren toe vanaf een kraan. ‘Vrienden, jullie zijn de helden van Nederland’, zei hij. En: ‘Jullie verdienen geen gedoe, maar respect.’ ‘Heeuh!’, riepen de boeren toen´.
Theo Hiddema van Forum voor Democratie hield zich dinsdag op het Malieveld keurig aan het script. In zijn korte speech noemde hij de boeren ‘gezagsgetrouw’ en ‘de nuttigsten van het land’. Hij voegde zich bij hen, door te benoemen dat zijn ‘boerenhart helemaal warm’ werd van het protest. Andere politici, de elite dus, moesten ze juist niet vertrouwen. Die hadden hen ‘al zo lang bij de neus genomen’. Ook Geert Wilders, die toch al sinds 1990 op het Binnenhof rondloopt, wrikte zich los van zijn habitat. ‘De boeren moeten niet boeten, Den Haag moet boeten’, riep hij vanaf de kraan. Eerder waren deze partijen nog niet op een heel uitgebreid landbouwstandpunt te betrappen. Maar dat deerde niet. De boeren maakten de populistische puzzel compleet ‘.
2. Ondermijning van de taal. De taal van het politieke debat wordt gereduceerd tot kooigevechtsniveau (zie Grof taalgebruik enz.)
3. De schaamte voorbij. Normalisering van de schaamteloosheid. Leugens die omgedoopt worden tot alternatieve feiten vermeerderen zich. (zie Creatief omgaan met de waarheid enz.)
4. Ontmanteling van juridische en politieke mechanismen. Democratisch gekozen populisten stellen de rechtsstaat en vervolgens de democratie buiten werking. Dit verschijnsel vond afgelopen jaren plaats in Turkije waar rechters, al dan niet verdacht van het feit dat ze aanhangers van Gülen zouden zijn, gearresteerd werden en vervangen door aanhangers van Erdogan. In Polen waar de PIS, grootste regeringspartij,  kritische leden van het hooggerechtshof met vervroegd pensioen wilde sturen om ze de laten vervangen door PIS-aanhangers. In de VS waar Trump regelmatig de rechterlijke macht in diskrediet brengt als de uitspraken van de rechters hem niet aanstaan en hij waar dan ook mensen wil benoemen (niet alleen bij de rechterlijke macht) die zijn beleid steunen. In lichte mate in Nederland waar Geert Wilders rechters knettergek noemt als ze hem willen veroordelen vanwege zijn Marokkanen-uitspraak. Dit zijn maar enkele voorbeelden, maar voor mij zijn deze denk-en handelwijze het meest beangstigend. Eén van de pijlers van de rechtsstaat is de onafhankelijke rechtspraak. Als die niet meer gewaarborgd is en gevrijwaard van de invloed van de uitvoerende macht (de overheid) is er geen volwaardige democratie mogelijk. Een andere pijler van de rechtsstaat is de onafhankelijke pers. In Turkije, Polen en Hongarije bijvoorbeeld is daarvan totaal geen sprake om van Rusland maar te zwijgen.
5. Burgers naar eigen ontwerp Te beginnen bij de vrouwen. De opkomst van populisme gaat vaak samen met vrouwenhaat. In Turkije is dit volgens Ece Temelkuran duidelijk het geval. Het optreden van Donald Trump is om het voorzichtig te zeggen niet echt vrouwvriendelijk. Victor Urban is van mening dat de vrouwen in Hongarije zoveel mogelijk kinderen moeten baren om een sterke autochtone natie te krijgen. En Thierry Baudet? Hij heeft voor de zoveelste keer duidelijk gemaakt dat hij geen boodschap heeft aan vrouwenrechten, hij is van menig, dat het een slechte zaak is dat vrouwen tegenwoordig streven naar een carrière en financiële onafhankelijkheid, omdat van de moderne vrouw verwacht zou worden dat zij “haar traditionele rol als ondersteuner van de man” afwijst. Volgens Baudet is het extreem moeilijk, zo niet onmogelijk om een familie op te bouwen als vrouwen fulltime werken en is dat de reden dat vrouwen in de westerse wereld steeds minder kinderen krijgen.

6. Gelach om de verschrikkingen . Mensen proberen hun angsten voor het rechts-populisme weg te lachen. In Turkije is volgens Temelkuran veel tijd verspild door met humor en sarcasme op het rechtspopulisme te reageren.

7. De opbouw van een nieuw land.

Al met al schetst Ece Temelkuran een somber beeld van wat rechts-populisme al te weeg heeft gebracht en wat er in de toekomst kan gebeuren. Gelukkig denkt zij dat Turkije zich nu, onder andere na de Turkse lokale verkiezingen waarbij de partij van  Erdogan niet de burgemeester van Istanbul mag leveren, in een hoopvolle achtste fase bevindt. Een fase waarin mensen zich bewust worden dat onderlinge solidariteit de malaise kan overwinnen. Zij sprak de hoop uit dat Nederland niet eerst door al die andere stappen heen moet om die achtste fase te bereiken.
Ben ik nu gerust gesteld wat betreft de ontwikkelingen in de landen waar het rechts-populisme steeds meer een rol schijnt te spelen? Niet echt. Alvorens, vooral wat betreft Nederland, een definitief antwoord te formuleren op de vraag die ik in de inleiding heb gesteld: “En in hoeverre schuilt er een gevaar voor de liberale, parlementair democratie en de rechtsstaat, in de toenemende invloed van deze politieke stroming (rechts-populisme), wil ik in een volgend artikel nagaan wat de mogelijke oorzaken kunnen zijn van de opkomst van het rechts-populisme en in hoeverre populisme onlosmakelijk verbonden is aan de democratie. Een gangbare theorie die haaks staat op de theorie van populisme als ideologie, is het idee dat populisme onlosmakelijk verbonden is met het idee van de democratie. Margaret Canovan (1999) noemt het populisme de 'schaduw' van de democratie. Zij stelt dat de democratie zoals wij die kennen twee gezichten heeft, een idealistische en een pragmatische. De spanning tussen deze twee gezichten ligt volgens haar ten grondslag aan populistische mobilisatie. Canovan neemt afstand van het idee dat het populisme als een pathologisch symptoom moet worden gezien of als ideologie kan worden gedefinieerd. Volgens de politiek filosoof Sjaak Koenis, die spreekt van de januskop van de democratie, vormt de boosheid van de burger die vaak tot uitdrukking komst in een stem op een populistische partij, geen gevaar voor de democratie, maar is ze er juist een gevolg van.

   Teun Monster                                                                                                                             Historicus en oud-docent geschiedenis, maatschappijleer en maatschappijwetenschappen
Geraadpleegde literatuur
Abels, Romana, Populisme en complotdenken horen bij elkaar, interview met Jan-Willem van Prooijen, Trouw 5-10-19                                                                                                        
Fukuyama, Francis, Identiteit waardigheid en ressentiment en identiteitspolitiek, 2019 


Gruppen, Pieternel, Populisten zijn overal hetzelfde, interview met Ecil Temelkuran, Trouw 13-4-19                                                                                                                                                                Gruyter, Caroline de, Populisten denken dat zij alleen het volk zijn, interview met Jan-Werner-Müller, NRC11-11-16                                                                                                 
 Jäger, Anton, Kleine anti-geschiedenis van het populisme, 2018; Jaap Tielbeke, Het p-woord, boekbespreking van Kleine anti-geschiedenis van het populisme, Groene Amsterdammer 9-5-18                                                                                                                                                
Koenis, Sjaak, De januskop van de democratie, 2016                                                       
Kuipers, Geselinde, Humor in de politiek, De nar mag alles, Groene Amsterdammer 5-9-19 
Maly, Ico, Nieuw rechts, 2018;  Wendelmoet Boersema, Slapend holt nieuw rechts de democratie uit, interview met Ico Maly, Trouw19-5-19;  Walter Lotens, Boekbespreking Nieuw rechts van Ico Maly, De wereldmorgen, 4-3-18
Pels, Dick, Fuck de feiten, Het grote gelijk van Theirry Baudet, De groene Amsterdammer, 29-5-19                                                                                                                                       
Peters, Matthijs, Links populisme binnen de Europese Unie-exportproduct van Zuid-Amerika, masterscriptie, 2015                                                                                                                   Populisme, hoe zit dat nou precies? Interview met Cas Mudde NOS Op3 Binnenland – Politiek – 28-3-17                                                                                                                         
Reijnen, Loes, Boeren de nieuwe knuffeldieren van populisten, Volkskrant, 5-10-19



                                                                                      





Reacties

Populaire posts